Colonna is ook weer
zo’n -ten onrrechte-onbekend geworden
componist. Zijn Vesper zetting toont een levendige afwisseling van tutti en
soli, lyrische melodieën en heftige tekst-uitbeedingen.
Ook bij dit project staan weer werken van diverse onbekend geraakte
componisten op de lessenaar naast die van enkele bekendere vakbroeders. En zij
doen voor elkaar niet onder. Alle herontdekte werken hebben wij opnieuw gezet
in moderne notatie en gratis beschikbaar gesteld op www.cpdl.org.
Deze herontdekte dodenmis laat een levendige variatie aan stijlen en
expressie zien: van energiek in het Dies iræ tot berustend in het laatste
Libera me. Waarschijnlijk door gebrek aan middelen voerde Clari zijn
liturgische muziek doorgaans uit met een klein koor met slechts een paar
strijkers en orgel, ongeveer zoals wij dat vandaag doen.
Een mis van de -tegenwoordig- onbekende Melchior Caesar, en een vesper
van zijn tijd- en landgenoot Heinrich Biber, beide in het kader van Maria
Onbevlekt Ontvangenis (8 dec).
Naast drie grote motetten van Johan Sebastian Bach brachten we nog twee
werken van zijn voorganger Buxtehude, en een
ouverture van zijn oom Johan Bernhard.
Terecht is dit Requiem lange tijd populair geweest bij uitvaarten van
belangrijke personen. Even terecht
is het daarom dat het nu weer regelmatig wordt uitgevoerd. Wij gaan uit van de
oudste overgeleverde partituren en een kleine, merendeels enkelvoudige
bezetting.
Van Cavalli’s feestelijke zetting van
de zondagsvesper in zijn Musiche Sacre
Concerneti brengen wij een selectie van twee psalmen,
een hymne, en uiteraard het prachtige Magnificat.
Dit project bevat het Miserere des Jésuites
van Charpentier en het De profundis
clamavi van de Lalande.
Beide klaagzangen in typerende Franse barokstijl.
In deze serie van zeven mini-cantates worden het lijden van Christus op
indringende wijze bezongen. Het programma bevat ook werken van Tunder en Demantius.
De diep-emotionele tekst van het Stabat Mater is door de Boheemse
componist Tůma heel mooi uitgedrukt in
melodieën die het verdriet van Maria uitbeelden. Biber is bekend om zijn
gewaagde harmoniën en heftige dissonanten;
bovendien laat hij het koor soms matenlang tegen de maat in zingen. De
toonsoort f-klein is ook al ongebruikelijk in zijn tijd.
De periode rond
1600 was in Engeland een tumultuose tijd waarin de
staatsgodsdienst regelmatig wisselde van rooms-katholiek naar anglicaans en
terug. De drie grote motetten zijn voorbeelden van de oudere, roomse, traditie,
waarin de muziek stroomt, vijfstemmig, in lange melodielijnen. In contrast
hiermee staan de drie meer toegankelijke Engelstalige motetten waarmee het
programma werd afgesloten. Ter afwisseling een aantal ‘aires’ van Dowland in een
koorzetting.
Sweelinck en
Giovanni Gabrieli waren tijdgenoten, maar leefden ver uiteen en hebben elkaar
ook nooit ontmoet. Beiden waren echter bekend met werken van Monteverdi. In dit
programma zien we hoe zij met dezelfde teksten omgingen.
De dodenmis van Campra is geschreven voor grand coeur, petit coeur en enkele
instrumenten, waaronder traverso en strijkers. Wij hebben dit uitgevoerd met
een kleine bezetting waardoor de transparantie van de compositie goed tot zijn
recht komt, terwijl het contrast tussen soli en tutti
passages gehandhaafd blijven. De misdelen werden afgewisseld met enkele
werken van tijdgenoten, waaronder Corette’s
Carillon des morts.
De “Lagrime di San Pietro” zijn de zwanenzang van Orlando
di Lasso, het laatst gepubliceerde werk tijdens zijn leven. Deze motetten heeft
Orlando di Lasso gecomponeerd als een groot monodrama van geestelijke
madrigalen. Het is een indrukwekkend monument van 21 zevenstemmige madrigalen,
die wij afwisselend in enkele en dubbele bezetting a cappella
hebben uitgevoerd.
Het belangrijkste onderdeel van het
programma is de Missa Concertata van Francesco Cavalli (1612-1676).
Cavalli maakt gebruik van de Venetiaanse
gewoonte om meerkorig te musiceren, anderzijds om een
groep solisten tegenover een tutti-koor te plaatsen. De
solo-instrumenten zijn de violen, terwijl ter ondersteuning van de
tutti-koorzangers drie trombonisten werden ingedeeld. In plaats van deze
trombones zetten wij overigens drie violen da gamba in.
Schütz (1585-1672) heeft zijn muziek vooral in een Duitse variant van de
Venetiaanse stijl van zijn leraren gemaakt. De Musikalische
Exequien SWV 279, gecomponeerd voor de begrafenis van
prins Heinrich Posthumus von Reuss,
zijn voor zangers met een begeleiding van slechts basso continuo. Het werk
heeft de vorm van een Lutherse rouwmis; polyfonie en homofonie en ook
meerkorigheid wisselen elkaar af.
Hoewel De Kruisbergh van Cornelis Thymenszn. Padbrué (c.
1592-1670) voor die tijd wel enigszins ouderwets is, is het technisch wel knap geconcipiëerd, met canons en meerkorigheid, en meer
beschrijvend dan expressief van karakter. De tekst is van de hand van Joost van
den Vondel en dat maakt het werk nog extra interessant.
Tómas Luis de Victoria componeerde in de stijl van
Palestrina. Het grootste werk in dit programma is zijn driekorige
“Missa sopra Laetatus sum”,
waarvan wij het voorbeeld, het gelijknamige motet “Laetatus
sum”, ook zingen. De delen van de mis werden
afgewisseld met motetten van Lasses en Willaert, en ricercares voor blokfluitkwartet van Palestrina. Ten slot
voerden wij het Ave Maria uit van de hedendaagse componist Maarten Surtel, die het werk ook zelf dirigeerde.
|
|
In dit programma onderzochten wij enkele invloeden uit
geestelijke en wereldse bronnen op de ontwikkeling van de kerkmuziek tijdens de Reformatie in Nederland. Een
belangrijke verandering was de taal waarin de liturgie werd gesproken. Daar
zijn in het begin verschillende oplossingen voor gevonden. Allereerst kunnen
teksten in de volkstaal op Gregoriaanse melodieën gezet worden. Een
andere manier om het probleem van de volkszang op te lossen was om nieuwe
koralen te baseren op populaire liedjes uit die tijd. Natuurlijk werden er
daarnaast ook veel nieuwe melodieën gecomponeerd, want veel 16de eeuwse componisten werden meteen geïnspireerd door
de reformatie. In dit programma laten we voorbeelden horen van
originele en daarop gebaseerde nieuwe composities ten behoeve van de
protestante eredienst en van totaal nieuwe composities uit de 16de en de 17de
eeuw. |
|
|
Naast een aantal geestelijke en wereldlijke werken van
de Josquin werden ook een aantal werken van
tijdgenoten uitgevoerd. Een uitdaging was het 12-stemmige Regina Caeli van Gombert, en het
ritmisch zeer lastige Intemerata Dei mater van Ockeghem. De vocale werken werden afgewisseld met enkele
instrumentale stukken, waaronder La Spagna van Josquin en Alla Bataglia van
Isaac. |
Dit 10-stemmig
meesterwerk voerden we uit in enkele bezetting, hetgeen de tranparantie
ook in de tutti gedeelten ten goede kwam. Dit programma werd gecontrasteerd met
de gregoriaanse zetting van het Stabat Mater, en met de zetting van Alessandro Scarlatti voor 2 solo stemmen met 2 violen en continuo. Dit
laatste werd uitgevoerd door La Gamme.

In
zijn Messa III a 4 voci da cappella
(1651) laat Monteverdi zien dat de nieuwe "seconda
prattica" het ook uitstekend doet bij
geestelijke muziek. De motetten en madrigalen van dit programma zijn deels
"alla francese" gecomponeerd, een
Italiaanse nabootsing van het Franse chanson. Dat levert een hoekig soort
muziek op met snelle harmonische wendingen en virtuositeit voor alle zangers.

Bekende
en minder bekende werken van Clemens non Papa, via Boscoop
en uiteraard Sweelinck, vervolgens Huijgens en Hacquart,
om te eindigen met Daan Manneke.
Dit
programma liet duidelijk horen dat de Nederlands taal het prima doet, maar ook
dat de componisten van vaderlandse bodem zich uitstekend thuis voelen in het
Frans, Engels en Latijn.

Dit
programma bestond uit werken uit de "Transition Period" waarin Engeland afwisselend de Rooms
Katholieke en de Anglicaanse kerk als staatsgodsdienst aanhing.
Het
eerste deel programma werd geheel gevuld door de
imponerende "Western Wind Mass" van John Taverner
op een bekend volksliedje. Het tweede deel van het programma bestond uit een
afwisseling van vocale en instumentale werken uit dezefde tijd van o.a. Gibbons, Byrd,
Bull. Het centrale thema hierbij is de "In Nomine" melodie.
|
|
Een afwisseling van motetten en psalmen door Scheidt, Schein, Hammerschmidt, Sweelink en natuurlijk de grote meester van de Duitse
vroegbarok, Schutz. |
Opnames
van deze projecten zijn verkrijgbaar in onze winkel.