Missa pro Defunctis
Giov. Carlo Clari
Frescobaldi –
Canzon
Introitus
Kyrie
Rovetta – In
te Domine speravi
Dies Irae
orgelsolo
Offertorium
Sanctus
Agnus Dei
Palestrina –
Pater noster
Communio
Libera
Uitvoerenden
Cappella Cambiata,
bestaande uit gevorderde amateurs:
10 zangers, 4
barokstrijkers en continuo.
Sopraan Wilna Roode, Karen Rensma,
Joyce
Vermeer, Beatrijs van der Poel
Alt Judith Tegelaers, Vivian Stemerdink
Tenor Ton Bakker, Arnold Quanjer
Bas Wim Looyestijn, Erik Bleichrodt
Barokviool Lea Schuiling, Dita Breebaart
Altviool Renske Ligtmans
Basgamba Ben Bults
Orgel Freek Langeveld
Dirigent Raymond Honing
Giovanni Carlo Maria Clari (27 september 1677 - 16 mei 1754) was een Italiaanse
componist. Hij bracht het grootste deel van zijn leven door in
Pisa en Bologna. Zijn eerste opera werd met groot succes uitgevoerd in 1695,
toen hij nog maar 17 jaar oud was. In 1703 werd hij benoemd tot maestro di
capella in de kathedraal van Pistoia, waar hij 21 jaar bleef waarna hij tot aan
zijn dood dezelfde functie in Pisa bekleedde.
Terwijl zijn wereldse muziek vol zit met nieuwigheden,
is zijn geestelijke muziek vrij conservatief te noemen. Zijn Requiemmis laat
niettemin een levendige variatie aan stijlen en expressie zien: van energiek in
het Dies iræ tot berustend in het laatste Libera me. Waarschijnlijk door gebrek
aan middelen voerde Clari zijn liturgische muziek doorgaans uit met een klein
koor met slechts een paar strijkers en orgel, ongeveer zoals wij dat vandaag
doen.
Wij wisselen de delen van het requiem af met werkjes
van andere componisten. Giralomo Frescobaldi (1583-1643) was organist aan de
Sint-Pieter in Rome en had grote invloed op de ontwikkeling van de
klaviermuziek. Van hem hoort u een canzona voor strijkers, en een stuk voor
orgel-solo.
Giovanni Rovetta (c.1596-1668) was Mæstro di Capella in
de San Marco te Venetië na Monteverdi, wiens stijl bij hem herkenbaar is. Hij
publiceerde een aantal boeken met madrigalen, maar zijn grootste nalatenschap
zijn geestelijke werken. Zijn “In te Domine speravi”, dat wij vandaag
uitvoeren, inspireerde anderen, zoals Christoph Peter, als thema voor een
parodie-mis. Giovanni Perluigi Palestrina (c.1525-1594) is altijd een bekende
componist gebleven. Hij ontleent zijn achternaam aan zijn geboorteplaats nabij
Rome. Hij wordt terecht beschouwd als de belangrijkste componist uit de late 16
eeuw. Zijn stijl werd het schoolvoorbeeld van de zogeheten prima prattica.
Wij spelen op barokinstrumenten. De (alt-)violen zijn (getrouwe
kopieën van) oude instrumenten, maar belangrijker is dat zij bespannen zijn met
darmsnaren, en gestreken worden met een lichtere stok dan tegenwoordig wordt
gebruikt.
De bezetting van de continuosectie is bijna nooit
gedetailleerd; de partij is becijferd, wat wijst op een toetsinstrument waarbij
de speler de noten van de rechterhand zelf moet bedenken. Daarnaast wordt
dezelfde partij ook gespeeld door een “violone”, of “viola”; dit kan een cello
zijn, maar ook een instrument dat een oktaaf lager speelt, of beide. Wij
gebruiken hiervoor een basgamba. De orgelpartij werd historisch doorgaans op
het grote kerkorgel gespeeld, maar tegenwoordig op een kistorgel wat het contact
met de andere musici ten goede komt.
Voor
dit project is alle bladmuziek in eigen beheer uit het oorspronkelijke
manuscript bewerkt tot een moderne uitgave. Deze uitgave wordt belangeloos
beschikbaar gemaakt via openbare websites zodat deze mooie muziek ook door
anderen kan worden uitgevoerd.

Begin van het
Kyrie.