Heinrich Ignaz Franz von Biber

(1644–1704)

 

Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern

 

 

&

 

František Ignác Antonín Tůma

Description de l'image  František Tuma by Anton Hickel.jpg.
 


František Ignác Tůma, Mezi Palestrinou a Mozartem

 

 

 

 

Logo_Cambiata_blok_klein

 

2014

 

 


Programma

 

František Tůma     Largo, uit Sinfonia VI

                                Stabat Mater

Heinrich Biber       Sonata IV

 

                                  Pauze

 

Heinrich Biber       Sonata XI

                                Requiem in f

 

 

Uitvoerenden

 

Sopraan                  Wilna Roode, Els van de Lisdonk, Karen Rensma, Suzan Vermeer

Alt                           Tonnie Sedee, Judith Tegelaers, Harriët Schröder

Tenor                      Maarten Surtel, Ton Bakker, Arnold Quanjer

Bas                          Wim Looyestijn, Marius Geervliet, Erik Bleichrodt

 

Barokviool             Barbara Vermaas, Dita Breebaart, Gerard Simons

Viola da gamba      Juun Voorhoeve, Judith van Tol, Ben Bults

Violone                  Ellen de Graaff

Dulciaan                 Frans Schröder

Orgel                       Gert-Jan Velders

 

Dirigent                  Renske Ligtmans


Toelichting

Cappella Cambiata heeft een programma samengesteld van twee Boheemse componisten, Heinrich Ignaz Franz Biber von Bibern (Bohemen 1644-Salzburg 1704) en František Ignác Antonín Tůma  (Bohemen 1704-Wenen 1774).

Biber was vooral bekend als vioolvirtuoos, en als componist van virtuoze en grensverleggende vioolmuziek zoals de 15 Mysteriensonatas (Rosenkranzsonaten) in scordatura, d.w.z. bij ieder stuk wordt de viool op een andere manier gestemd, afwijkend van de standaard stemming in kwinten. De sonates op het programma komen uit het Fidicinium Sacro-Profanum, uit 1683, een verzameling sonates voor strijkers die zowel voor kerkelijk als voor wereldlijk gebruik bedoeld zijn. Praktisch wil dat zeggen dat er geen vrolijke dansmuziek in de sonates verwerkt is omdat de aartsbisschop van Salzburg dat niet goedkeurde. De muziek heeft in feite de vorm van een Italiaanse Sonata da Chiesa, en bestaat uit één deel met daarbinnen secties in verschillende tempi. In tegenstelling tot de Rosenkranzsonaten gaat het hier niet om virtuoos spel, maar wel om een ingewikkeld contrapunt waarbij alle stemmen gelijkwaardig zijn. Biber gebruikt steeds korte motiefjes die fugatisch worden doorgewerkt, terwijl overlappend alweer nieuwe motieven worden ingevoegd. Dit resulteert in een zeer compacte en gecompliceerde structuur.

Dit in tegenstelling tot de Sinfonia van Tůma. De Sinfonia,  eigenlijk het openingsdeel van een sonate, kan je als luisteraar met veel meer rust over je heen laten komen. Deze Sinfonia is dan ook gelijk een mooie introductie op het Stabat Mater van Tůma.

Het Stabat Mater is een middeleeuws-Latijns gedicht over het verdriet van Maria om de gekruisigde Jezus. Officieel behoort het tot de katholieke misgezangen van het feest van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten (15 september) en het wordt ook gebruikt tijdens de lijdensweek voor Pasen. Het Stabat Mater heeft zeer veel componisten geďnspireerd, de bekendste zetting is die van Pergolesi. De zetting van Tůma is echter ook zeer rijk van klank en indringend in zijn uitdrukking van de tekst. Het Stabat mater is een zeer emotionele tekst geschreven vanuit het ik-perspectief, waarbij de dichter wil meevoelen met de pijn van Maria en wil delen in het verdriet. Tegelijk is het ook een gebed aan Maria om een goed woordje te doen in het oordeel voor Gods troon. Tůma heeft dit heel mooi uitgedrukt met zijn melodieën waarbij het koor zowel het wenen en het snikken uitbeeldt, maar ook hoe de emotionele pijn als een zwaard haar hart doorboort. In het slotdeel wordt de hemelse glorie in een rijke feestelijk fuga met veel coloratuur zang uitgebeeld.

 

We eindigen het programma met het Requiem van Biber. Chronologisch is dit stuk eerder gecomponeerd dan het Stabat Mater van Tůma. Hoewel de harmonieën bij Biber gewaagd zijn en er veelvuldig heftige dissonanten klinken, vooral ook waar de tekst er om vraagt, is de harmonie toch nog eenvoudiger dan bij Tůma. Het bijzondere van het Requiem is het grillige gebruik van het metrum, waarbij Biber soms matenlang het koor en orkest volledig tegen de maat in laat musiceren, om dan toch op het laatst weer met zijn allen samen te komen. Verder is ook het gebruik van de toonsoort f-mineur opvallend. Voor een Requiem verwacht je een mineur toonsoort, maar f mineur, een toonsoort met 4 mollen aan de sleutel, is voor de 17de eeuw zeer ongebruikelijk. In de barokperiode hechtte men aan iedere toonsoort een eigen karakter toe. Mattheson schreef in 1713 dat de toonsoort f-mineur wordt gebruikt om gelaten, diepe, zwarte met vertwijfeling gepaarde doodsangst uit te drukken. Bij Biber klinkt het f-mineur meer statige en plechtig. Net als Tůma gebruikt ook Biber de muziek om de tekst uit te beelden, zoals bijvoorbeeld in het Dies Irae, waar het sidderen en beven voor het laatste oordeel wordt uitgedrukt in het bogen-vibrato van de strijkers. Een andere voorbeeld is de tekst Lacrimosa dies (de tranenrijke dag), de diepste droefenis wordt hier uitgedrukt met een kleine secunde stap omhoog naar de des, een vijfde mol die nog niet aan de sleutel stond! Bij de tekst inferno (hel) gebruikt Biber een felle en indringende dissonant tussen de sopranen.  Bij het lucem sanctam (het heilige licht) gebruikt Biber heldere stralende D en G groot akkoorden.

Renske Ligtmans