De programma’s van de drie concerten zijn vrijwel hetzelfde, maar er zijn enkele accentverschillen.

 

            Programma Leimuiden

 

Martin Luther                       Psalm 118: Non moriar

Jacob Clemens non papa      Psalm 118: Het is een dach van vrolicheden

Gregoriaans                         Victimae paschali laudes

Jan Pieterszn. Sweelinck       Psalm 080: O Pasteur d'Israel écoute

Jacob Clemens non papa      Het daghet in den oosten

Jacob Clemens non papa      Psalm 004: Als ick riep met verlanghen

Carolus Souliaert                  Ick ghinck gister auent so heymelik

Jacob Clemens non papa      Psalm 011: O Heer wilt my behouwen

Cornelis Boscoop                Psalm 011: O Heer wilt myn behouwen

Anonymus                           Madre non mi far monaca

Samuel Scheidt                    Von Gott will ich nicht lassen

William Byrd                        The Queenes Almain

Girolamo Frescobaldi           Missa la Monica: Kyrie

Michael Praetorius                Wie zich hovaardig heffen (LvdK 107)

Hans Leo Hassler                 Mein Gmüth ist mir verwirret

Johann Crüger                      O Haupt voll Blut und Wunden

Gregorio Allegri                   Psalm 51: Miserere mei, Deus

Giovanni Giacomo Gastoldi A lieta vita

Giovanni Giacomo Gastoldi Geest van hierboven (LvdK 477)

Heinrich Schütz                         Magnificat

 

 

  Programma Bergen op Zoom

 

Martin Luther                       Psalm 118: Non moriar

Jacob Clemens non papa      Psalm 118: Het is een dach van vrolicheden

Jacob Handl - Gallus            Psalm 118: Haec est dies

Josquin des Prés                  Petite camusette

Jan Pieterszn. Sweelinck       Psalm 072: Tes jugements, Dieu

Gregoriaans                         Victimae paschali laudes

Jan Pieterszn. Sweelinck       Psalm 080: O Pasteur d'Israel écoute

Carolus Souliaert                  Ick ghinck gister auent so heymelik

Jacob Clemens non papa      Psalm 011: O Heer wilt my behouwen

Cornelis Boscoop                Psalm 011: O Heer wilt myn behouwen

Anonymus                           Madre non mi far monaca

Samuel Scheidt                    Von Gott will ich nicht lassen

William Byrd                        The Queenes Almain

Girolamo Frescobaldi           Missa la Monica: Kyrie

Gregorio Allegri                   Psalm 51: Miserere mei, Deus

Eustache du Caurroye          Psalm 026: Juge ma cause

Eustache du Caurroye          Psalm 130: Du profond des maux

Heinrich Schütz                    Magnificat

 

 

    Programma Delft

 

Martin Luther                       Psalm 118: Non moriar

Jacob Clemens non papa      Psalm 118: Het is een dach van vrolicheden

Jacob Handl - Gallus            Psalm 118: Haec est dies

Josquin des Prés                  Petite camusette

Jan Pieterszn. Sweelinck       Psalm 072: Tes jugements, Dieu

Gregoriaans                         Victimae paschali laudes

Jan Pieterszn. Sweelinck       Psalm 080: O Pasteur d'Israel écoute

Carolus Souliaert                  Ick ghinck gister auent so heymelik

Jacob Clemens non papa      Psalm 011: O Heer wilt my behouwen

Cornelis Boscoop                Psalm 011: O Heer wilt myn behouwen

Anonymus                           Madre non mi far monaca

Samuel Scheidt                    Von Gott will ich nicht lassen

William Byrd                        The Queenes Almain

Girolamo Frescobaldi           Missa la Monica: Kyrie

Hans Leo Hassler                 Mein Gmüth ist mir verwirret

Gregorio Allegri                   Psalm 51: Miserere mei, Deus

Claude Goudimel                 Psalm 032

Claude Goudimel                 Psalm 032

Eustache du Caurroye          Psalm 026: Juge ma cause

Eustache du Caurroye          Psalm 130: Du profond des maux

Heinrich Schütz                    Magnificat

 

 

 

Het ensemble bestaat uit 12 zangers, 3 strijkers, 3 blazers en een klein orgel. Dit is precies de minimale bezetting van het magnifieke slot, dat dus in enkele bezetting wordt uitgevoerd.

 

Sopraan                Ineke Baksteen, Martine Simons, Wilna Roode

Alt                        Harriet Schröder, Ida Los, Judith Tegelaers

Tenor                    Arnold Quanjer, Ed Mos, Maarten Surtel

Bas                       Erik Bleichrodt, Marius Geervliet, Wim Looyestijn

 

Viool                     Barbara Vermeer,   Dita Breebaart,

Gamba                  Ben Bults

Blokfluit                Gerda van Drimmelen

Dulciaan                Frans Schröder

Trombone             Paul Smit

Orgel                     Renske Ligtmans

Clavecimbel           Karel Smagge

 

Algehele leiding:     Karel Smagge

 

Toelichting

De rode draad in het programma is de ontwikkeling van de protestantse kerkmuziek kort na de Reformatie. De voornaamste invloeden kwamen uit Duitsland en Frankrijk. Maar ook deze steunde weer op vaak heel oude tradities, zoals wereldse liedjes en katholieke (!) gezangen. Het programma bevat een aantal voorbeelden van deze beïnvloeding. Naast deze doorgaans kortere stukken staan de grotere psalmzettingen van de Nederlandse componisten Sweelinck en Boscoop en de Fransman du Caurroye. Ook het betoverende Miserere van Allegri mag hierbij niet ontbreken. Het programma wordt besloten met het 4-korige Magnificat van Schütz. 

 

Toen met Luther en Calvijn de reformatie in Europa was begonnen deed de volkstaal zijn intrede in de liturgie. Het is niet verwonderlijk dat de nieuwe eredienst voornamelijk was gebaseerd op de oude katholieke mis. We komen dan vanzelf op het thema kerkmuziek, want het is logisch dat als de taal verandert, de muziek ook anders wordt. Het is dan wel zaak dat de volkszang, die altijd een grote rol heeft gespeeld in alle erediensten, gebaseerd moet zijn op iets dat snel kan worden meegezongen. Daar zijn in het begin verschillende oplossingen voor gevonden. Luther voorzag veel Gregoriaanse melodieën van Duitse teksten. Een andere manier om het probleem van de volkszang op te lossen was om nieuwe koralen te baseren op populaire liedjes uit die tijd. In de omgeving van Calvijn werd dat vooral gedaan. De Geneefse psalmen hebben soms ook scabreuze liedjes als melodie, eventueel omgezet in gelijke notenwaarde. Natuurlijk werden daarnaast ook veel nieuwe melodieën gecomponeerd.

In dit programma laten we voorbeelden horen van originele en daarop gebaseerde nieuwe composities ten behoeve van de protestantse eredienst en van totaal nieuwe composities uit de 16de en 17de eeuw.

Luther is ook bekend als tekstschrijver en als componist van liederen. Wij beginnen met zijn vierstemmige compositie van psalm 118, op Latijnse tekst. Hij vond het Latijn niet echt verwerpelijk, behalve als de kerkgangers het niet begrepen. 

De Zeeuw Jacobs Clemens non Papa componeerde in de eerste helft van de 15de eeuw de “Souterliedekens” (psalmliedjes) op basis van bekende volksliedjes. Ze waren driestemmig, de melodie ligt bij hem altijd in de middenstem. Hoewel Clemens overigens zeer katholiek was, vond hij, net als de eerste reformisten, dat de landstaal toch wel belangrijk was voor geestelijke muziek. Jacob Handl Gallus (zowel Handl in het Duits als Gallus in het Latijn betekent haantje) hoort bij de katholieke traditie waarin pracht en praal waren te horen. Zijn korte motet heeft ook de Latijnse tekst van psalm 118. Dit motet is meerkorig, dat wil zeggen, dat er in dit geval twee vierstemmige koren in dialoog en samen zingen. Van Clemens laten we ook psalm 4 horen, zowel met de wereldlijke als met de geestelijke tekst.

Luther vond Josquin des Prés absoluut de beste componist van zijn tijd. Deze uit het noorden van Frankrijk afkomstige componist was vooral werkzaam in Italië. Hij componeerde missen, motetten, chansons en Italiaanse liedjes. Het chanson “Petite camusette” is een populair liedje uit zijn tijd,dat hij zesstemmig zette. De melodie werd daarna gebruikt voor psalm 72, die we in een zetting van Sweelinck laten horen.

 

Sweelinck werkte in Amsterdam als stadsorganist.  Hij werd als katholiek geduld door zijn kwaliteiten als musicus. Zijn bijdrage aan de protestantse kerkmuziek in Nederland zijn de 150 psalmen op basis van de Geneefse psalmen, waarvan de teksten in het Frans zijn. Psalm 80, “O Pasteur d’Israel”, is duidelijk gebaseerd op de Gregoriaanse hymne “Victimae paschali laudes”

Sweelinck gebruikte de oudere polyfone manier van componeren, zodat het voor een toenmalige toehoorder wel mogelijk was om de melodieën te herkennen, maar niet om deze zo maar mee te zingen.

Souliaert componeerde een wereldlijk Vlaams lied, waarvan de melodie daarna ook te horen is als psalm 11. Dit lied horen we als “Souterliedeken” van Clemens en in een psalmzetting van Boscoop. Vóór Sweelinck al componeerde Boscoop alle 150 psalmen, maar wel met Nederlandse tekst. Deze zettingen zijn net als de zettingen van Sweelinck polyfoon. Ze worden weinig uitgevoerd omdat ze lastig te zingen zijn en toch wel erg verouderde psalmteksten hebben.

Hierna komt een Italiaanse melodie als thema aan de beurt: la Monica”. Dit liedje over een meisje, dat haar moeder smeekt haar geen non te laten worden, was door geheel Europa te horen, vaak als instrumentaal werk, of met een nieuwe tekst in de landstaal. Na een originele versie horen we het Kyrie van de dubbelkorige “Missa la Monica” van Frescobaldi, de organist van de St. Pieter in Rome, gebaseerd op deze melodie, waarna de melodie te horen is in “The Queenes Almain” van de Engelsman Byrd. In Duitsland werd de melodie van een nieuwe tekst voorzien, eerst als wereldlijk lied “Ich gieng einmal spazieren” en daarna als koraal “Von Gott will ich nicht lassen”. We laten dit in een zetting van Praetorius horen. Ook van recente, plotseling populaire liederen werd vaak meteen een koraal gemaakt, zoals van het lied van Hassler “Mein G’müth ist mir verwirret”, dat wij vooral kennen als “O Haupt voll Blut und Wunden”. Natuurlijk zijn alle frivole ritmische grapjes van Hassler er dan wel uit weggelaten en het lied blijkt dan ook als gedragen koraal goed te kunnen functioneren.

In die zefde tijd werkte Allegri in Rome in de Sixtijnse kapel. Daar componeerde hij zijn meerkorige psalm 51, waarin de sopraan de hoge c mag zingen. Dit beroemde motet werd daar nog eeuwen uitgevoerd, maar het mocht niet gedrukt worden, want het privilege moest bij het Vaticaan blijven. Dat hield op toen Mozart het werk hoorde en volgens de overlevering uit zijn geheugen later opschreef.

Gastoldi was verbonden aan in de Santa Barbara kerk in Mantua terwijl Monteverdi aan de overkant van het plein in het hertogelijk paleis werkte. Hoewel hij geestelijke en kerkmusicus was componeerde hij zijn wereldlijke balletten, vijfstemmige koorwerken, die ook overal in Europa van teksten in andere talen werden voorzien. “In dir ist Freude” is daar de Duitse geestelijke versie van en ook in het “Liedboek voor de Kerken” staat een Nederlandstalige versie, die we als samenzang uitvoeren.

In Frankrijk was het klimaat voor de ontluikende reformatie in eerste instantie helemaal niet zo slecht, gezien het grote aantal psalmcomposities op Franse teksten uit die tijd. Goudimel werkte in Frankrijk en componeerde chansons, missen en motetten, hoewel hij al bekeerd was tot het protestantisme. Maar door zijn psalmzettingen is hij zeker bekend geworden. We laten twee versies horen, de eerste is tamelijk eenvoudig en de tweede is meer polyfoon van opzet. Hoewel Frankrijk later in de 16de eeuw weinig voedings­bodem bood voor de reformatie, was er wel plaats voor Franstalige psalmen, omdat de Franse koning gesteld was op de melodieën uit het Geneefse psalter. De 26ste en de 130ste psalm van Eustache du Caurroye, de hofcomponist laten horen wat er allemaal mogelijk is met deze melodieën. Polyfonie van de bovenste plank, waarbij de melodie in elke stem te horen is. Daarmee is Du Caurroye een directe voorloper van Sweelinck.

Tot slot voeren we het “Magnificat” van Schütz uit. Deze componist haalde zijn inspiratie ook uit Italië, want hij was achtereenvolgens leerling van Giovanni Gabrieli en van Claudio Monteverdi. Dit motet is maar liefst vijfkorig, waarbij de instrumenten twee koren vormen.